banner-compostgebruik-2 banner-compostgebruik-3 banner-compostgebruik-4
Meer halen uit de biologische kringloop

Organische bemesting bij groenteteelt

Deze meerjarige proef met organische bemesting is gestart in 2006 in samenwerking met Proefstation voor Groenteteelt. Op dat moment werden vier organische bemestingen toegepast aan 10 ton organische stof per hectare. Elke twee jaar wordt dezelfde bemesting toegepast. De organische meststoffen die in deze proef werden opgenomen zijn: champignonmest, gft-compost, groencompost en boerderijcompost.

In de meeste teelten tot nu toe werd een meerwaarde verkregen na de toediening van compost. Na de late teelt van andijvie in 2009 werd er nog raaigras als groenbedekker gezaaid. Pas kort voor de late teelt van venkel werd het raaigras ingewerkt.

Venkel

Compostanalyse

Uit de analyse blijkt dat champignonmest de hoogste gehaltes aan NPK bereikt. Het gehalte aan organische stof is, zoals te verwachten, het hoogst bij gft- en groencompost. De inhoud aan stikstof is bij deze composten iets hoger dan de forfaitaire cijfers voor deze composten. Dat gft-compost iets rijker is aan fosfaat blijkt ook nu. De boerderijcompost is zeer arm aan mineralen maar ook aan organische stof. Bij de start van de meerjarige proef werd vooropgesteld elke twee jaar 10 ton/ha organische stof toe te dienen. Daardoor wordt geen rekening gehouden met de normen voor N en P2O5. De totale stikstof die toegediend wordt is het hoogst bij champignonmest en gft- en groencompost. De werkzame stikstof zal voor champignonmest echter groter zijn dan voor de composten. De aanvoer van fosfaat is hoog voor champignonmest maar ook voor boerderijcompost, ondanks de lage P2O5-inhoud. Dit is te wijten aan de 185 ton die nodig was. Het meeste kalium wordt ook met champignonmest toegediend.

Verloop minerale stikstof in de bodem

Voor de teelt was er maar een zeer lage voorraad aan minerale stikstof aanwezig, nl.6 kgNmineraal/ha in de 0-60 cmbodemlaag. Het raaigras als groenbedekker had de bewortelbare laag volledig uitgeput.

Daar er nog mineralisatie uit het raaigras en de organische bemestingen werd verwacht, is gestart met een vrij lage minerale stikstofbemesting van 65 kg N/ha (2,4 kg/are ammoniumnitraat 27%N). Twee weken na het planten werden er reeds grondstalen genomen om na te gaan of de bemesting voldoende was. Op dat moment was er een duidelijk hoger gehalte aan minerale stikstof in de 0-30 cmbodemlaag bij de objecten met champignonmest en gft-compost.  Ook was er bij de overige objecten met gemiddeld 85 kg Nmin in de 0-30 cmlaag geen tekort aan stikstof.

Daarom werd er beslist om geen minerale bemesting meer te geven. Bij de oogst waren de verschillen in minerale stikstof inhoud in de bodem verdwenen en werd er zelfs het minste reststikstof gevonden bij de objecten met champignonmest en gft-compost. 

Opbrengst

Ook nu weer zien we een meerwaarde van de compostsoorten in de opbrengstresultaten. Zo geven de drie objecten met compost (gft-, groencompost en boerderijcompost) een significante meeropbrengst in marktbaar gewicht (Figuur 2) dan het object zonder organische bemesting en het object met champignonmest.

Dit is een bevestiging van vroegere resultaten.

opbrengst venkel 

Figuur 2 Opbrengst in de sperperiode (oktober)