banner-compostgebruik-2 banner-compostgebruik-3 banner-compostgebruik-4
Meer halen uit de biologische kringloop

MAP4 voor de landbouwer

In 1991 werd een Europese Nitraatrichtlijn uitgeschreven voor alle lidstaten van de Europese Unie. In deze richtlijn wordt onder andere een basiskwaliteitsnorm voor het grond- en oppervlaktewater vastgelegd op maximum 50 mg nitraat per liter. Net als in andere lidstaten haalt ook Vlaanderen deze norm niet overal en moeten hieromtrent maatregelen genomen worden. Een oorzaak van de te hoge nitraatgehaltes in het grond- en oppervlaktewater is de mate waarin nutriënten wordt toegediend op de Vlaamse landbouwgronden. En deze maatregelen zijn gebundeld in het Mestdecreet, of te wel het MAP. Er is ondertussen een vierde versie van dit decreet dat in mei 2011 goedgekeurd is door de Vlaams Regering (BS 13.05.2011).

Het Mestdecreet uileggen in een notendop is bijna onmogelijk. Het komt er op neer dat dit decreet onder andere de productie, opslag, transport en gebruik van meststoffen reguleert. Deze aspecten worden via aangiftes gemeld aan de Mestbank. De Mestbank is een afdeling van de Vlaamse Landmaatschappij, of te wel de VLM, en doet de handhaving van deze wetgeving.

Naast dit Mestdecreet zijn er nog Vlaamse (Uitvoerings-) Besluiten die bepaalde artikelen van het Mestdecreet verduidelijken of concreet bepalen of wijzigen. Deze Uitvoeringsbesluiten worden apart van het Mestdecreet herzien en gewijzigd.

Deze wetgeving is gekend als een van de meest complexe wetgevingen. MAP4 onderging bijzondere wijzigingen en de normering werd strenger. Productie, transport en gebruik van compost en de eindproducten uit vergisting vallen onder het Mestdecreet en zijn dus voor de verwerkende leden én eindgebruikers van Vlaco-producten van belang. Daarom trachten we in dit artikel MAP4 op een begrijpelijke manier uit een te zetten voor de landbouwer. Hier staat de info over het MAP4 voor de verwerker.

De landbouwer kan ook deze folder downloaden.

Voor de exacte wetteksten en meer info verwijzen we u graag door naar www.vlm.be.

Systeem van N-normering is vernieuwd

Het MAP4 streeft een bemesting na op basis van de gemiddelde N-opname van de gewassen en de gemiddelde P-afvoer van de gewassen aan de ene kant , en de nutriëntencyclus aan de andere kant.

MAP4 biedt de landbouwer de keuze uit twee systemen:

1)       Systeem totale stikstof (Ntot) : reeds bestaand systeem in het Mestdecreet

In dit bestaand systeem moeten vier bemestingsnormen afgetoetst worden: de jaarlijkse totale stikstofnorm, de stikstof norm voor dierlijke mest, voor andere meststoffen en voor kunstmest. Deze normen zijn verschillend per ondergrond: zandgrond of niet)zandgrond én per gewas dat geteeld wordt.

2)       Systeem werkzame stikstof (Nwerk) : helemaal nieuw systeem in MAP4

In dit nieuwe systeem moeten twee bemestingsnormen afgetoetst worden om na te gaan of de bemestingsnormen voor stikstof gerespecteerd worden: de totale stikstofnorm voor dierlijke mest en de stikstofnorm voor werkzame stikstof. De werkzame stikstof is de som van werkzame stikstof afkomstig van dierlijke mest, andere meststoffen en kunstmest, waarbij men rekening moet houden met de werkingscoëfficiënten van de verschillende meststoffen.

In de praktijk wordt dit systeem al gebruikt bij de bemestingsadviezen voor stikstof. Werkzame stikstof is de hoeveelheid stikstof uit meststoffen, die het eerste jaar nuttig gebruikt kan worden door het gewas. Dit betekent dat er per mestsoort een werkingscoëfficiënt bestaat die de N-inhoud herberekent naar de (voor het gewas) ‘nuttige’ N-eenheden. Dit betekent dat niet alle N-eenheden moeten meegerekend worden. De totale N-normen in dit systeem liggen lager maar het laat de landbouwer toe om de bemestingsbehoefte volledig in te vullen.

De keuze is definitief tot 2014 en op bedrijfsniveau, niet op perceelsniveau. De VLM stimuleert de keuze voor het normeringsysteem met werkzame stikstof.

Lees ook eens deze brochure waar alles over werkzame stikstof wordt uitgelegd.

Specifieke regeling : blijft meerjarig perspectief en compost bovenop de normen bestaan?

Nee, sinds 2013 is het meerjarig perspectief afgeschaft.

In het nieuwe Mestdecreet (MAP4) kan de landbouwer kiezen tussen 2 systemen om de maximale stikstofbemesting te bepalen: het systeem van totale stikstof en het systeem van werkzame stikstof. Het systeem van de werkzame stikstof laat toe om, binnen de norm van de werkzame stikstof, hogere dosissen andere meststoffen met traagwerkende stikstof toe te dienen.

Het meerjarig perspectief waarbij een afwijking verkregen werd op de maximale hoeveelheden stikstof, door gebruik te maken van andere meststof met traag vrijkomende stikstof, is daardoor niet meer relevant. De bemestingsnormen in het systeem van de werkzame stikstof houden, via de werkingscoëfficiënt, onmiddellijk rekening met dergelijke meststoffen met traag vrijkomende stikstof. Doordat compost een lage verwerkingscoëfficiënt heeft, kan in het systeem van de werkzame stikstof meer compost opgebracht worden dan in het systeem van de totale stikstof, om de maximale bemestingsnorm in te vullen. 
Landbouwers kunnen dus in plaats van het meerjarig perspectief aan te vragen in 2013 overstappen op het systeem van de werkzame stikstof

Het is niet meer mogelijk om 10 ton gft- of 15 ton groencompost extra toe te dienen als de bodem een tekort heeft aan organische stof (Besluit Vlaamse Regering van 10 oktober 2008). In MAP4 is deze paragraaf vervangen en valt de verwijzing naar het besluit weg.

De fosfaatinhoud van gecertificeerde gft‐ en groencompost telt maar voor de helft mee voor de invulling van de maximale fosfaatbemestingsnorm (zie verder).

Transport door erkend mestvoerder en erkend verzender

zie deze pagina.

Uitrijperiode

Vlaco-compost mag het hele jaar uitgereden worden. Onderwerken is niet verplicht voor compost. Er treden immers geen stikstofverliezen via de lucht op. De landbouwer vraagt  aan de compostproducent het attest ‘Afwijking op de uitrijverbod’. Deze uitzondering geldt niet op het verbod op uitrijden op zon- en feestdagen (en ook zaterdagen in de Noordzeekustzone), voor zonsopgang en na zonsondergang, op drassig, overstroomd, bevroren of besneeuwd land, dichtbij waterlopen.

Normen van systeem totale stikstof (Ntot)*:

zie voor laatste normen op www.vlm.be

Normen van systeem werkzame stikstof (Nwerkz)*:

zie voor laatste normen op www.vlm.be

 

Systeem van P2O5-normering heeft bepalende rol

De bemestingsnormen voor totaal P2O5 voldoen aan een evenwichtige bemesting, rekening  houdend met de bodemvoorraad. De berekeningen voor een evenwichtige bemesting in Vlaanderen zijn gebaseerd op de gemiddelde gewasopbrengsten en daaruit resulterende P2O5 -gewasexportcijfers.

Dit betekent dat de hoeveelheid P2O5 die werkelijk afgevoerd wordt van het veld (bovengrondse gewasopbrengsten) moet aangevuld worden als P2O5-bemesting. De hoeveelheid P2O5 die vereist is voor de groei van wortels, wordt niet toegediend via bemesting aangezien deze hoeveelheid reeds beschikbaar is in de bodemvoorraad. Dit betekent dat de P2O5-bemestingsnorm gemiddeld gezien significant lager is dan de totale P2O5-opname. 

P2O5-inhoud van compost slechts voor de helft aangerekend!

Vlaanderen erkent en onderschrijft het belang van een evenwichtige P2O5-bemesting van de Vlaamse landbouwgronden en het belang van het beperken van de P2O5-bemesting tot de hoeveelheid die geëxporteerd wordt door het gewas. Daarom moet het totale P2O5-gehalte van alle messtoffen in rekening gebracht worden bij het toepassen van de bemesting.

Anderzijds is ook een goede bodemtoestand essentieel om een goede gewasopbrengst, nutriëntenopname, erosiepreventie, bodemvruchtbaarheid, … te garanderen. In Vlaanderen worden we de laatste jaren geconfronteerd met een zorgwekkende daling van het organisch koolstofgehalte van onze landbouwbodems. Het gebruik van compost op landbouwgronden is een belangrijke maatregel om het organisch koolstofgehalte van een bodem te verbeteren.

Bij de vooropgestelde P2O5-bemestingsnormen kan slechts een zeer beperkte hoeveelheid compost toegediend worden wanneer de totale P2O5-inhoud van compost in rekening gebracht zou moeten worden. Compost bestaat in essentie uit twee componenten (met een gelijk aandeel) namelijk organische restfracties en bodemfracties zoals zand en klei. De organische fractie wordt beschouwd als een ‘meststof’ die N en P bevat.

De bodemfractie aan de andere kant, is een fractie die niet in rekening gebracht zou mogen worden binnen het concept van een gesloten cyclus. Daarom, en om het gebruik van compost als een waardevolle bron voor de opbouw van organisch materiaal in de bodem niet in het gedrang te brengen, moet bij gebruik van gecertificeerde compost als meststof slechts 50% van de totale P2O5-inhoud van de compost in rekening gebracht worden, wat overeenkomt met de P-fractie van de compost die afkomstig is van de organische fractie. 

Opgelet: de P2O5-normen dalen gestaag.

Rekenvoorbeeld (op basis van normen 2012)

Voorbeeld 1 systeem totale stikstof – normering : bemesting silomaïs op een zandleembodem

Gewasgroep

N totaal

(niet-zandgrond)

N uit dierlijke mest

N uit andere meststoffen

N uit kunstmest

(niet-zandgrond)

P2O5

Mais

220

170

170

50

80

Indien de landbouwer eerst de N uit andere meststoffen maximaal gebruikt met compost:

Gft-compost : 170 kgN/ha / 12 kg N/ton = 14 ton/ha è 14 ton/ha * 6 kg P2O5 /ton * 50% = 43 kg P2O5/ha

Groencompost : 170 kgN/ha / 7 kg N/ton = 24 ton/ha è 24 ton/ha * 3 kg P2O5 /ton * 50% = 36 kg P2O5/ha

De landbouwer kan nog dierlijke mest gebruiken maar wordt beperkt door de ‘overschot’ van P2O5-eenheden.

Deze methode is echter minder realistisch. De N-eenheden uit dierlijke meststoffen zal meestal eerst worden opgebruikt waarbij de ‘overschot’ opgevuld wordt met andere meststoffen.

Runderdrijfmest : 170 kgN/ha / 5,2 kg N/ton = 32,7 ton/ha è 32,7 ton/ha * 1,5 kg P2O5 /ton = 49 kg P2O5/ha

Overschot P2O5- eenheden : 80-49 = 31 eenheden

Gft-compost : 31 kgP2O5/ha / 6 kg P2O5 /ton * 50% = 10 ton/ha

of

Groencompost : 31 kgP2O5/ha / 3 kg P2O5 /ton * 50% = 20 ton/ha

 

Voorbeeld 2 systeem werkzame stikstof – normering : bemesting silomaïs op een zandleembodem

Gewasgroep

N werkzame

(niet-zandgrond)

N totaal uit dierlijke mest

P2O5

Mais

150

170

80

 

De landbouwer is in dit systeem hoofdzakelijk begrensd door de P2O5-norm. De N-norm (totaal) voor dierlijke meststoffen blijft tevens begrensd op 170. Indien de fosfaatnorm eerst volledig wordt opgevuld door compost:

Gft-compost : 80 kgP2O5/ha / 6 kg P2O5/ton * 50% = 27 ton/ha

Groencompost : 80 kgP2O5/ha / 3 kg N/ton* 50% = 53 ton/ha

Opnieuw, deze methode is onrealistisch. De landbouwer maakt een combinatie van dierlijke meststoffen, eventueel kunstmest en vult de ‘overschot’ op met andere meststoffen.

Runderdrijfmest : 32 ton/ha * 5.2 kgN/ton = 166 kg N/ha (totale N) è 100 kg N/ha (60% geeft de werkzame N) è 32 ton/ha * 1,5 kg P2O5 /ton = 48 kg P2O5/ha

Overschot P2O5- eenheden : 80-48 = 32 P2O5-eenheden

Overschot N- eenheden : 150-100 = 50 N-eenheden

Gft-compost : 32 kgP2O5/ha / 6 kg P2O5 /ton * 50% = 10 ton/ha è 10 ton/ha * 12 kg N/ton * 15% = 18 kg N/ha (werkzaam)

of

Groencompost : 32 kgP2O5/ha / 3 kg P2O5 /ton * 50% = 20 ton/ha è 20 ton/ha * 7 kg N/ton * 15% = 21 kg N/ha (werkzaam)

Vergelijking tussen de twee systemen :

Bemesting

Systeem Totale N

Systeem Werkzame N

P2O5

32 ton runderdrijfmest

166

100 (166*60%)

48 (32*1,5)

20 ton groencompost

140

21 (140*15%)

30 (20*3*50%)

Som

306

121

78

 

In het systeem voor totale N kan de combinatie van 32 ton runderdrijfmest en 20 ton groencompost niet. In het systeem van werkzame N is dit wel mogelijk. Landbouwers hebben er baat bij om te kiezen voor het systeem met werkzame N.

Vlaco schreef een voorstel uit waarbij de compostproducent een erkend verzender kan worden. Dit  voorstel biedt naast administratieve vereenvoudiging en kostenbesparing een oplossing voor kleine vrachten en vrachten met bijvoorbeeld bigbags. Meer informatie over erkend verzender vindt u hier.