banner-compostgebruik-2 banner-compostgebruik-3 banner-compostgebruik-4
Meer halen uit de biologische kringloop

Organische stof

Uit de rapporten van de Bodemkundige Dienst van België blijkt dat het met het organische stofgehalte in onze Vlaamse landbouwbodems bergaf gaat. De dalende trend, die zich sinds het begin van de jaren ’90 manifesteert, zet zich verder door. Deze daling heeft zowel voor de landbouwers als voor de klimaatsverandering belangrijke gevolgen. Voor veel (ongeveer 50%) van de Vlaamse landbouwgronden is dus een verhoging van het gehalte aan organische stof nodig.

Om dit gehalte te verhogen en de nutriëntenverliezen te beperken, zijn organische producten met grote hoeveelheden stabiele koolstof en een lage N-aanvoer nodig. Compost is een bron van stabiele organische stof en speelt dus een belangrijke rol om de bodemvruchtbaarheid in stand te houden en erosie te beperken.

Het combineert grote hoeveelheden stabiele organische stof en brengt relatief weinig stikstof aan, die bovendien maar zeer geleidelijk (over een termijn van 5 à 10 jaar) vrijkomt. Ideaal dus voor een gezonde bodem. Deze unieke eigenschappen van compost zijn ook recent opnieuw bevestigd in het onderzoek ‘Karakterisatie eindproducten biologische verwerking’.


Wat is organische stof?

Organische stof (OS) is een kleine fractie van de bodem (2-5%) maar zeer belangrijk. 
OS bestaat uit :
  • Levende organismen (plantenwortels, bodemdiertjes, …)
  • Vers organisch materiaal (plantenafval, mest, dode bodemdiertjes, …)
  • Verteerd organisch materiaal (= humus)
Humus is een netwerk van vezels en poriën :
  • Vormt een uitwisselingsoppervlak voor water en voedsel
  • Stabiliseert bodemaggregaten
Uitgerijpte compost is gelijkaardig aan bodemhumus :
  • Compost bevat veel organische stof (minimaal 16%)
  • Ook een netwerk van vezels en poriën
Afbraaksnelheid van OS is 2-3% per jaar.

Bodemtextuur VS bodemstructuur

Een van de belangrijkste eigenschappen van de bodem is de textuur. Textuur is niets anders dan de verhouding tussen bodemdeeltjes van verschillende formaten. Bodems bevatten een mengsel van verschillende deeltjesgrootte.

De invloed van de textuur op de fysische bodemeigenschappen is groot. Tussen grotere deeltjes is bijvoorbeeld meer ruimte. Dat verklaart waarom zandige bodems sneller regenwater doorlaten dan andere bodems(goede drainage).

Hoe kleiner de deeltjes (bv klei en leem), des te meer water en voedingsstoffen ze kunnen vasthouden. Vanzelfsprekend zijn aan verschillende texturen voor- en nadelen verbonden. Veel klei geeft een bodem met veel voedingsstoffen maar ook met problemen door slechte verluchting en trage drainage. Ook veel leem kan drainageproblemen veroorzaken. Veel zand betekent vlotte drainage, maar de voedingsstoffen spoelen weg. De beste bodemtextuur bestaat uit een evenwichtige mix van zand, leem en klei. Zand, leem of kleideeltjes maken ongeveer 45% uit van de bodem. Daarnaast bestaat de bodem ook nog voor ongeveer 5% uit organisch materiaal en voor 50% uit poriën. 

Aan de textuur valt niet veel te veranderen. Die textuur verschilt van regio tot regio en wordt bepaalt door de verhoudingen klei, leem en zand. Aan de structuur van de bodem kan men echter wel sleutelen, door organische stof (zoals compost) toe te voegen. 

De ideale bodemstructuur is de kruimelstructuur, waarbij de grond samengehouden wordt in zachte, kruimelige bodemaggregaten. Tussen de kruimels zijn er kleine en grote poriën. Plantenwortels vinden hier water, zuurstof en voedsel (onder de vorm van mineralen) en doordringen via deze poriën de bodem.
Humus heeft een zeer belangrijke rol in de vorming van deze kruimelstructuur. Organische stof (en enkele maanden geduld) kunnen soms al volstaan om een te losse bodem of grond met dikke harde kluiten te verbeteren. Voldoende organische stof, via toediening van compost (humusproduct), is van groot belang. Een kruimelstructuur is zeer stabiel. Het voorkomt dat de bodemdeeltjes gemakkelijk losraken en verplaatsen. Tijdens een regenbui zal de bodem minder gemakkelijk dichtslaan (drainage en lucht in de bodem blijven in orde) of wegvloeien (erosie treedt niet op).