banner-compostgebruik-2 banner-compostgebruik-3 banner-compostgebruik-4
Meer halen uit de biologische kringloop

Compost in de samenwerkingsovereenkomst

Opgelet: deze ondertstaande tekst is nog geldig tot eind 2013. Helaas is er momenteel geen opvolging voor de samenwerkingsovereenkomst.

In de samenwerkingsovereenkomst is duurzaamheid en milieu niet langer alleen een zaak van de milieu-ambtenaar of de duurzaamheidscollega, maar van de gehele gemeentelijke of provinciale administratie.

In de cluster "vaste stoffen" vraagt men om rekening te houden met een vijftal productgroepen :

  1. kantoormaterialen, 
  2. cateringproducten, 
  3. schoonmaakmiddelen, 
  4. bouw- en onderhoudsmaterialen, 
  5. materialen voor tuin- en groenaanleg 

En Vlaco-compost past in de laatste categorie.

Los hiervan krijgen in de eerste jaren van de samenwerkingsovereenkomst drie specifieke producten prioriteit:

  1. bestrijdingsmiddelen,
  2. secundaire grondstoffen (zoals Vlaco-compost),
  3. FSC-hout

Toevallig of niet, allemaal producten waarmee groendiensten dagelijks te maken kunnen hebben. 

Secundaire grondstoffen zijn grondstoffen die bestaan uit gerecycleerd materiaal. Compost wordt met naam in de samenwerkingsovereenkomst vernoemd en er wordt een bijkomende kwaliteitseis gesteld : namelijk compost met Vlaco-label. 
Vlaco-label
Elke gemeente en provincie die de samenwerkingsovereenkomst ondertekent, engageert zich concreet om in de eigen groendienst het gebruik van Vlaco-compost te stimuleren zodat minder chemische meststoffen en producten op turfbasis gebruikt worden.

In de groenvoorziening kent Vlaco-compost vooral toepassing als mulchlaag en basisbemesting in plantsoenen, als bodemverbeteraar bij heraanleg van sportvelden of groenvoorzieningen en als onderdeel van bomenzand en potgronden.
Om in aanmerking te komen voor de subsidies die vasthangen aan deze samenwerkingsovereenkomst, moet een gemeente aantonen dat Vlaco-compost maximaal werd toegepast. Indien voor groenaanleg of -onderhoud beroep wordt gedaan op onderaannemingen, moet de gemeente in haar bestek clausules opnemen die de voorkeur voor het gebruik van Vlaco-compost vastleggen.
In het tweede ambitieniveau binnen de cluster vaste stoffen, moeten gemeenten en provincies ook het gebruik van Vlaco-compost bij de bevolking aanmoedigen. Gemeenten en provincies moeten hierbij ook aangeven in hoeverre ze zelf reeds het goede voorbeeld hebben ingevoerd.
 
Het gebruik van compost

Voor heel wat gemeenten zal de nieuwe bepaling in de samenwerkingsovereenkomst amper een wijziging inhouden. Zeker in intercommunales met een eigen compostering, zijn vele gemeenten reeds sinds jaren vertrouwd met gebruik van Vlaco-compost. Vaak halen de burgers deze compost af op het containerpark. 


Compost is gekend als een bodemverbeteraar, die het humusgehalte van de bodem verhoogt en het bodemleven stimuleert. Door het verbeteren van de bodemstructuur (sponseffect) en het stimuleren van het bodemleven, worden planten minder vatbaar voor droogte en plantenziekten. Een gezonde bodem zorgt dus voor gezondere planten.
Compost bevat daarnaast ook traagwerkende meststoffen en spoorelementen, die bij afbraak van de organische stof geleidelijk aan vrijkomen. In zeer vele tuinen en plantsoenen zal een basisbemesting met compost voldoende zijn. In tegenstelling tot de moestuin komt het er in groenvoorzieningen immers niet op aan om planten zo groot als mogelijk te krijgen, de nadruk ligt er integendeel op mooie en gezonde planten. Overmatige bemesting leidt vaak tot het forceren van planten, die dan nadien sneller prooi worden van ziekten, insecten of winterkou.


Een toepassing van compost die in komende jaren ongetwijfeld in de lift zal zitten, is het gebruik ervan voor potgronden en bomenzand. In de ons omringende landen bestaat er reeds langer een beweging om het gebruik van veenproducten zo veel als mogelijk te gaan beperken. Veen helemaal uitsluiten zal wellicht nooit mogelijk zijn, maar proeven hebben duidelijk aangewezen dat potgronden met 30 % compost in particuliere en openbare sector perfect bruikbaar zijn. Dergelijke mengsels hebben bovendien het voordeel dat de krimp door droogte minder uitgesproken is waardoor de watergift na een periode gemakkelijker hernomen kan worden. 

In Nederland heeft men daarnaast ook ruime ervaring met bomenzand, een mengeling van compost en eentoppig zand. Het gebruik van bodemzand helpt de problemen te vermijden die optreden bij veelvuldige betreding van de bodem rond bomen. Zeker bij laan- of parkbomen kan deze compactie aanleiding geven tot zuurstof- en watertekort aan het worteloppervlak. Het gebruik van eentoppig zand in combinatie met humus zorgt voor een stevige structuur die zelfs bij intensieve betreding moeilijk dicht zal slaan. Door het hoge humusgehalte wordt het weinige water dat de wortels zal bereiken, optimaal opgeslagen en ter beschikking van de plant gehouden.

groenvoorziening