Het besluit van de Vlaamse Regering van 5 maart 2004 inzake de bevordering van elektriciteitsproductie uit hernieuwbare energiebronnen verleent certificaten aan stroom die onder bepaalde voorwaarden met wind, zon, water, afval, biomassa en dergelijke is opgewekt.
Na advies van de Raad van State wijzigt de Vlaamse Regering definitief dit besluit. De wijziging beoogt onder meer de transparantie te verhogen van de behandeling van biomassadossiers in het kader van de toekenning van groenestroomcertificaten. Zo wordt onder meer de aanvraagprocedure voor groenestroomcertificaten aangepast, zodat een certificaat al kan worden ingediend bij de start van een project. Daarnaast wordt een beperking ingevoerd ten aanzien van de toekenning van groenestroomcertificaten voor nieuwe projecten die hout verbranden om elektriciteit te produceren.
Stroom opgewekt op basis van biomassa geeft ook recht op certificaten. Maar van de opgewekte stroom wordt wel de voorbehandelingsenergie afgetrokken. Voorbehandelingsenergie is de energie die nodig is voor het bereiden en het vervoeren van de biomassa. Het lijkt enigszins logisch. Doch de voorbehandelingsenergie blijkt in tal van gevallen en voor een belangrijk deel zelf hernieuwbaar. En dus heeft de Vlaamse Regering beslist om de hernieuwbare voorbehandelingsenergie niet af te trekken van de elektriciteit die recht geeft op certificaten. |