banner-kringlooptuinieren-1 banner-kringlooptuinieren-2 banner-kringlooptuinieren-5
Meer halen uit de biologische kringloop

Afbraakorganismen

Tijdens de compostering spelen zich op versnelde wijze dezelfde natuurlijke afbraak- en opbouwprocessen af als in de strooisellaag van het bos of onder de struiken in de tuin. Bacteriën en schimmels breken onder gecontroleerde omstandigheden tuin- en keukenresten af. Ze worden daarbij geholpen door wormen, springstaarten en andere organismen.

Micro-organismen

Bacteriën, schimmels, eencelligen … De belangrijkste afbraakorganismen,

zowel in de bodem als in de compost, zijn de micro-organismen. Ze zijn zo klein dat u ze niet met het blote oog kunt waarnemen. Micro-organismen zijn niet in staat om voedseldeeltjes op te nemen. Ze breken organisch materiaal af met de enzymen die ze uitscheiden. Ze maken de afvalstoffen zacht en de voedingsstoffen opneembaar. Ook de grotere afbraakorganismen varen hier wel bij. Ze kunnen zich makkelijker voeden met het voorverteerde materiaal. De massa snel aangroeiende bacteriën en schimmels is ook een favoriete voedselbron voor wormen, springstaarten en andere kleine ongewervelden.

Anderzijds is het voor de micro-organismen een goede zaak dat mijten, miljoenpoten en andere knabbelaars met hun stevige monddelen het afval in kleine stukjes snipperen. Zo krijgen ze er zelf beter toegang toe. Zowel bacteriën als schimmels hebben heel wat vocht nodig om optimaal te kunnen werken.

Ze zijn erg goed bestand tegen hoge temperaturen. Het zijn trouwens de bacteriën en schimmels die door hun intense activiteit de temperatuur in de compost hoog doen oplopen.

Compostwormen

compostwormen

Van alle compostorganismen springen de wormen het meest in het oog. Als liefhebbers van vochtig en voedselrijk materiaal leven en vermenigvuldigen ze zich precies onder die omstandigheden die ook voor de meeste andere afbraakorganismen ideaal zijn. Hun uitwerpselen hebben precies die structuur die past bij het beeld van goed verteerde compost: nl. donker en kruimelig.
De kleine rode – soms oranje gestreepte – compostworm (Eisenia fetida) komt van nature voor in de strooisellaag van onze bossen, parken en tuinen. Maar hij heeft zich uitstekend aangepast aan het leven in de composthoop. Dit in tegenstelling tot de dauw- of regenworm (Lumbricus terrestris) die als diepgraver zelden of nooit in de composthoop voorkomt. Het heeft dan ook geen zin om regenwormen uit de grond te halen en in het compostvat te brengen. Ze duiken zo snel mogelijk terug de bodem in waar ze een uiterst belangrijke rol spelen bij het beluchten en draineren. Ze verbeteren ook de bodemstructuur.
compostworm cocons
Bij voortplanting vormt de compostworm cocons. Na drie weken komen hieruit de nieuwe wormpjes, die in normale omstandigheden na twee maanden volwassen zijn. De wormen planten zich snel voort: ze leggen tot 900 eitjes (cocons) per worm per jaar.