banner-kringlooptuinieren-1 banner-kringlooptuinieren-2 banner-kringlooptuinieren-5
Meer halen uit de biologische kringloop

Principes

Gunstige omstandigheden

Zoals de meeste levende wezens hebben de afbraakorganismen in de compost behoefte aan voedsel, vocht en zuurstof. Met die behoeftes moet u als composteerder voortdurend rekening houden.  Goede composteeromstandigheden kunt u bekomen door voortdurend een evenwichtige verhouding na te streven van zogenaamde groene en bruine materialen.

gecontroleerd composteren

Groene en bruine materialen

Groene materialen zijn de gemakkelijk verteerbare keukenresten, het grasmaaisel en de andere materialen die een zachte structuur hebben, veel vocht bevatten en rijk zijn aan voedingselementen.

Bruin materiaal daarentegen is stug en breekt veel langzamer af. Het verzekert een goede luchtdoorstroming doorheen de compostering. Voorbeelden van bruin materiaal zijn: houtsnippers, stengels van kruiden en vaste planten, fijne takjes van bomen en struiken, stro, dennennaalden, dorre en moeilijk verteerbare herfstbladeren ...

Streef naar evenwicht 

In de mate van het mogelijke voegt u beide soorten materiaal zoveel mogelijk afwisselend aan de compost toe. Bruin materiaal kunt u stockeren totdat de periode van overmatige groenresten aanbreekt. U vult in de herfst bijvoorbeeld een zak met droge bladeren en brengt er in de loop van de winter een handvol van in uw compostvat telkens u er het emmertje met keukenafval in leegmaakt.  Toevoegen van bruin materiaal doet niets af aan het belang van beluchten en omzetten.  Onder die omstandigheden doen de micro-organismen door hun activiteit de temperatuur in de compost stijgen. Soms gaat het maar over een paar graden, in heel 'actieve' compost kan de temperatuur echter oplopen tot 50 of 60° C en zelfs meer. Anderzijds zijn deze organismen voor hun activiteit ook afhankelijk van de temperatuur van de omgeving.