Moestuintjes in Vlaanderen overbemest?

Door regenwormen te vangen en enkele bodemparameters te bemonsteren, hebben onderzoekers van de Universiteit Gent en Hogeschool VIVES zich een beeld gevormd van de kwaliteit van moestuinbodems. In het sterk verstedelijkte Vlaanderen beslaan amateur-moestuinen ongeveer dezelfde oppervlakte als professionele tuinbouwpercelen. In de meerderheid van de tuinen bleek stikstof en fosfor overmatig aanwezig. Hierdoor kunnen in theorie moestuinen bijdragen aan waterverontreiniging door uitspoeling van nutriënten. De beperkingen uit het mestdecreet gelden namelijk niet voor moestuinen.

Regenwormen zijn een goede parameter voor een vruchtbare bodem. Hun belang kan niet worden overschat. De beestjes zorgen immers voor een kruimelige bodemstructuur, ze maken nutriënten sneller beschikbaar, verbeteren verluchting en waterhuishouding van de bodem, beperken bodemerosie ….

Onderzoekers van de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen aan de Universiteit Gent spitten in een 40-tal moestuinen de regenwormen naar boven. Hoe je je moestuin bewerkt en onderhoudt, blijkt een groot effect te hebben op de diversiteit en de samenstelling van regenwormpopulaties. De grootste aantallen regenwormen, zomaar eventjes 369 per m², werden gevonden in permacultuurtuinen waar de bodem continu bedekt en minimaal bewerkt wordt. Dat is 83 % meer vergeleken met ecologische moestuinen (202 regenwormen per m²) en bijna het dubbele van conventionele moestuinen (189 per m²). Moestuinen waarin pesticiden gebruikt worden, werden niet onderzocht aangezien regenwormen dood gaan van die synthetische spullen …

Behalve op het aantal regenwormen, heeft het beheer ook een effect op de diversiteit aan soorten regenwormen. Die bleek het hoogst in permacultuurtuinen omdat soorten die enkel aan het oppervlak leven (wellicht bedoelt men hier vooral compostwormen mee, nvdr) hier ook kunnen vertoeven.  Wormen zijn daarmee in ecologische- of permacultuurmoestuinen opmerkelijk meer aanwezig dan in akkers, waar zelden meer dan 150 regenwormen per m² en doorgaans lagere soortenrijkdommen worden teruggevonden.

Hoewel het onderzoek focuste op regenwormen werden er ook stalen genomen om een idee te hebben van de nutriëntenstatus van moestuinen. Op dat vlak zorgt het beheer niet voor grote verschillen. Overbemesting doet zich niet alleen voor in conventionele moestuinen, maar door overmatig compostgebruik ook in ecologische en permacultuurtuinen. Waar de ene tuinliefhebber te kwistig kunstmest strooit, is de ander te gul met compost. De gemeten waarden voor stikstof en fosfor lagen in ieder geval zeer hoog. (Nvdr, let wel: er wordt hier geen uitspraak gedaan over het uitspoelen van nutriënten, maar over het overmatig aanwezig zijn ervan.  Zoals reeds in eerdere studies werd aangetoond zorgt compost in de bodem immers voor een aanzienlijke beperking van uitspoeling van voedingsstoffen. Maar overmatig – te? – veel voedingsstoffen toedienen, kan dus wel …)