Ontwerp Ministerieel Besluit inzake aantonen biomassakenmerken

In juni 2017 werd het Duurzaamheidsbesluit van 12 mei 2017 gepubliceerd waardoor het Energiebesluit voortaan aangepaste duurzaamheidskenmerken oplegt aan biomassastromen. Tevens werd al een ontwerp van Ministerieel Besluit rondgestuurd dat een concrete invulling geeft van biomassa-certificatie i.k.v. de aanvaardbaarheid en de berekening van de hoeveelheid groenestroomcertificaten. Uiterlijk 1/9/2017 moet stakeholder-input overgemaakt worden aan het VEA.

Vlaco onderzocht alle documenten en constateert dat er geen biomassacertificatie voor biogasinstallaties komt. Vlaamse biogasinstallaties vallen namelijk onder één van de 4 uitzonderingscategorieën (Energiebesluit 6.1.12/1) waarbij een ‘vereenvoudigde certificatiesysteem’ geldt (art 23 t/m art 25 van ontwerp van MB), meer bepaald onder de categorie ‘een biogasinstallatie in zoverre de installatie biogas verbrandt afkomstig van een vergistingsinstallatie die zich bevindt in het Vlaamse Gewest’. Hierbij dient, conform huidige praktijk, een overzichtstabel van inputstromen overgemaakt aan het VEA bij de aanvraag van groenestroomcertificaten, en dient deze tabel doorlopend geactualiseerd en jaarlijks opnieuw overgemaakt te worden aan het VEA.

Het VEA herinnert hierbij wel aan de controlemogelijkheid (cfr Energiebesluit art. 6.1.4, § 2) die haar toelaat bij een productie-installatie van groene stroom of warmte op elk moment documenten op te vragen ter staving van de aanvaardbaarheid van de hernieuwbare energiebron en van de noodzakelijke metingen van de geproduceerde elektriciteit en/of warmte.

De andere 3 types installaties die onder het ‘vereenvoudigd certificatiesysteem’ vallen zijn groene stroomproducenten met elektrisch vermogen < 1 MW, groene warmteproducenten met thermisch vermogen < 10 MW, en tot slot groene stroomproducenten die ‘uitsluitend vaste of gasvormige biomassastromen gebruiken die vervaardigd zijn uit afvalstoffen of residuen die niet afkomstig zijn van landbouw, aquacultuur, visser[KV1] ij, bosbouw of natuurgebieden.’ In de mate dat Vlaamse composteerders zeefoverloop of overtollige houtige fracties van groenafval aanleveren aan biomassa-installaties die niet onder bovenstaande uitzonderingscategorieën vallen zouden composteerders in theorie dus wel genoodzaakt kunnen zijn biomassacertificaten te voorzien bij deze leveringen.

Alle biomassa die toekomt bij een producent van groene stroom of warmte op basis van biomassa moet beschikken over een biomassacertificaat, aan te leveren door de leverancier van deze biomassa. Dit biomassacertificaat (max. 2 jaar oud)  moet onder meer informatie over voorbehandelings- en transportenergie bevatten, i.g.v. afval het advies van OVAM inzake energetische valorisatie en de groenfactor van de afvalstroom, i.g.v. houtige stromen de adviezen over aanvaardbaarheid, alsook de conformiteit met de in het Energiebesluit opgelijste duurzaamheidscriteria (art 6.1.16).

Algemeen geldt dat indien uit de controles door VEA ‘grote non-conformiteiten’ blijken het VEA deze terugkoppelt met de betrokken partijen en sancties kan opleggen (cfr artikel 13.2.1 en 13.3.1 van het Energiedecreet).

Vlaco volgt deze zaak verder en zal stakeholderinput leveren ter bijsturing van het Ministerieel Besluit.