banner-professioneleverwerking-1 banner-professioneleverwerking-2 banner-professioneleverwerking-3 banner-professioneleverwerking-4
Meer halen uit de biologische kringloop

Minder structuurmateriaal?

Bij het composteren met minder structuurmateriaal zijn een aantal maatregelen aangewezen om het composteerproces verder vlot te laten verlopen. Een eerste belangrijke maatregel is het verlagen van de hopen. Een lagere hoop heeft immers een kleiner gewicht en zal daardoor minder inzakken. Hopen verlagen kan zowel door met een tafelcompostering hopen aan te leggen van 2 m in plaats van 4 m (Vlarem) of 3 m (BBT). Een kleinere capaciteitverlaging dan bij omschakeling met rillen. Omzetten is omslachtiger dan bij rillen. Een andere mogelijkheid om de hopen te verlagen/verkleinen is omschakelen naar rillencompostering. Rillen hebben de voordelen dat het groenafval gemakkelijk gemengd wordt, water kan gemakkelijk toegediend worden tijdens het keren en er is minder structuurmateriaal nodig. Als nadeel zijn er meerdere keerbeurten nodig om voldoende hygiënisatie te krijgen. De capaciteit per m² grondoppervlakte is ook lager en het afdekken van de rillen bij veel regen en sneeuw is aangewezen.

Naast lagere hopen is er ook een intensievere beluchting nodig. Dit kan door meer intensief te keren, of door beluchting in of onder de composthopen te voorzien. Zo garandeert de compostproducent dat er voldoende zuurstof in de hopen aangevoerd wordt.

Gft-composteerders kunnen hun overschot aan zeefoverloop [1] inzetten voor energetische valorisatie, met een maximum van 15 % van de input.

Voor groencompostering zijn twee opties mogelijk (geen combinatie).

1) Traditionele groencompostering

De compostering verloopt verder op de traditionele manier (bv. tafelcompostering). De composteerder kan zeefoverloop inzetten voor energetische valorisatie. De maximale af te voeren hoeveelheid is 15 % van de input.

OF

2) Intensieve groencompostering

Composteerders die een deel vers groenafval wensen in te zetten voor energierecuperatie, kunnen dit op voorwaarde dat zij overschakelen naar een intensieve groencompostering (definitie zie hieronder). De producent kan zuiver verhakseld snoeihout, de grove fractie van het groenafval of zeefoverloop afvoeren, met op jaarbasis gemiddeld 20 % [2] van de input.

Om van een intensieve groencompostering te kunnen spreken moet de compostering minimum 10 weken op rillen van maximaal 3 m hoog of een tafel van maximaal 2 m hoog verlopen.

en

De composthopen worden intensief gekeerd (minimum wekelijks keren gedurende de eerste 5 weken).

of

Er is actieve beluchting aanwezig (minimum gedurende de eerste 5 weken).

Bij maximale inzet van 15 % zeefoverloop bij gft-compostering en 20 % groenafval voor energierecuperatie kan de sector bijdragen tot ongeveer 1.400 TJ/jaar [3]. Daarnaast kunnen de gft- en groencompostproducenten voldoende kwaliteitsvolle compost met een hoge waarde aan stabiele organische stof produceren.



[1] De afzet van zeefoverloop moet op een rendabele manier kunnen.

[2] Vlaco vzw schuift dit cijfer naar voor op basis van volgende vaststellingen: a) Uit de sorteeranalyse blijkt gemengd groenafval ongeveer 50% structuurmateriaal te bevatten. b) Verder stellen we ook vast dat composteren met 30 à 35% structuurmateriaal via een intensief proces nog op een kwaliteitsvolle manier kan. Hieruit leiden we af dat gemiddeld 20% van het structuurmateriaal (uitgedrukt op input) ingezet kan worden voor energetische valorisatie. Bedrijf L toont aan dat bij afname van 50% structuurmateriaal naar ongeveer 30% structuurmateriaal grasmaaisel (bermmaaisel) nog verwerkt kan worden. In een verder traject kan beoordeeld worden of dit cijfer moet worden bijgestuurd.

[3] Dit getal is berekend op basis van 520.000 ton groenafval, 325.000 ton organisch-biologisch verwerkt in gft-compostering en 9000 MJ/ton calorische inhoud (biomassa inventarisatie OVAM).