banner-professioneleverwerking-1 banner-professioneleverwerking-2 banner-professioneleverwerking-3 banner-professioneleverwerking-4
Meer halen uit de biologische kringloop

Doel en toepassingsgebied

Het keuringsattest

VLAREMA (Art. 2.3.1.3) schrijft voor dat : van zodra organisch-biologische afvalstoffen worden gebruikt in een biologische verwerking voor de productie van meststoffen of bodemverbeterende middelen, dat er een keuringsattest vereist is.

Voor eindproducten van biologische verwerking, waarbij geen afvalstoffen zijn verwerkt, is VLAREMA niet van toepassing en is bijgevolg een keuringsattest strikt genomen niet vereist. Bij de co-verwerking van mest en energiegewassen met organisch-biologisch afval is het keuringsattest wel noodzakelijk.

Dit keuringsattest geeft aan dat afvalstoffen als (secundaire) grondstoffen gebruikt kunnen worden.

De toekenning van het keuringsattest is een controlemechanisme om te vermijden dat onaanvaardbare diffusie van ongewenste en/of verontreinigende stoffen optreedt door afvalstoffen als meststof of bodemverbeterend middel op Vlaamse bodem te gebruiken.

Bovendien geeft het keuringsattest, waarbij niet enkel het product op zich maar ook het productieproces wordt gecontroleerd, bijkomende garanties aan de afnemer, ook in andere Europese lidstaten. 

Wanneer de eindproducten buiten Vlaanderen worden geëxporteerd zonder keuringsattest, worden ze als een afvalstof beschouwd en is de Europese Overbrengingsverordening (EVOA 1013/2006) van toepassing. Soms is hiervoor sprake van kennisgeving door de bevoegde overheden. 

Het gebruikerscertificaat

Voor sommige afvalstoffen, die volgens VLAREMA rechtstreeks (zonder biologische verwerking) op de bodem kunnen worden gebracht, is er geen keuringsattest maar een gebruikscertificaat vereist (afgeleverd door de OVAM).

Bij elke aanvraag tot certificering gaat de certificeringsinstelling na of deze valt binnen het toepassingsgebied van de certificering.

Wat is biologische verwerking?

Biologische verwerking is het geheel van processen waarbij micro-organismen instaan voor de omzetting van organisch-biologisch materiaal tot producten die in aanmerking komen voor gebruik in, of als organische meststof of bodemverbeterend middel. Onder deze processen vallen o.a. compostering, vergisting, biothermisch drogen, … Ook een (niet-biologische) nabehandeling van het eindproduct van de biologische verwerking kan een invloed hebben op de samenstelling, eigenschappen en de gebruiksmogelijkheden.

Bijgevolg wordt ook de kwaliteit van de nabehandelde producten in de certificering meegenomen.

  

Benaming afvalstof

Herkomst en omschrijving

Voorwaarden inzake samenstelling en/of gebruik

gft- en groencompost

vergunde inrichting voor de compostering of vergisting van groenten-, fruit- en tuinafval met maximaal 25% organisch-biologische bedrijfsafvalstoffen of van organisch afval dat vrijkomt in tuinen, plantsoenen, parken en langs wegbermen

artikel 4.2.1.1. en artikel 4.2.1.3.

Eindmateriaal van de biologische behandeling van organisch-biologische bedrijfsafvalstoffen

vergunde inrichting voor de biologische verwerking van organisch-biologische bedrijfsafvalstoffen al dan niet in combinatie met dierlijke mest

artikel 4.2.1.1. en artikel 4.2.1.3.

 

Artikel 4.2.1.1. 

§1. Onverminderd de voorwaarden van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen en de voorwaarden van federale wetgeving betreffende de handel in meststoffen, bodemverbeterende middelen en teeltsubstraten, bepaald in de wet van 11 juli 1969 betreffende de bestrijdingsmiddelen en de grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt met haar uitvoeringsbesluiten, zijn de volgende voorwaarden om afvalstoffen als secundaire grondstof te gebruiken als meststof of als bodemverbeterend middel van toepassing : 
1° de voorwaarden inzake samenstelling, namelijk de maximale gehalten aan verontreinigende stoffen, bepaald in bijlage 4.2.1.A; 
2° de voorwaarden inzake gebruik, namelijk de maximaal toelaatbare dosering, bepaald in bijlage 4.2.1.B; als meer dan een secundaire grondstof gebruikt wordt, mag de som van de toegevoegde individuele verontreinigingen de maximaal toelaatbare dosering niet overschrijden. 
§2. In het kader van een driejarig teeltplan mag om de drie jaar het drievoud gebruikt worden van de dosis, berekend op basis van de samenstelling en de gebruiksvoorwaarden, bepaald in bijlage 4.2.1.B. 
§3. Bij het gebruik van composten en digestaten voor de heraanleg van de bouw voor groenvoorziening, infrastructuurwerken of andere cultuurtechnische werken mag een veelvoud van de maximaal toelaatbare bodemdosering gebruikt worden, berekend op het aantal jaar dat geldt als normale levensduur van de heraangelegde bouwvoor. De maximaal toelaatbare doseringen, bepaald in bijlage 4.2.1.B, worden in dit geval verminderd met de waarden van de eenmalige compostdosering, gedeeld door de normale levensduur.

Artikel 4.2.1.3. 

Voor het gebruik van gft- en groencompost of het eindmateriaal van de biologische behandeling van organisch-biologische bedrijfsafvalstoffen als secundaire grondstof in of als meststof of bodemverbeterend middel moeten de vergunde inrichtingen voor de biologische verwerking van organisch-biologische afvalstoffen beschikken over een keuringsattest, dat wordt afgeleverd door Vlaco vzw op basis van het Algemeen Reglement van de Certificering. 
De Certificeringscommissie Meststoffen - Bodemverbeterende Middelen houdt toezicht op de certificering en stelt het Algemeen Reglement van de Certificering op.  

 

Bedrijven mogen zich ook vrijwillig aanbieden voor een kwaliteitscontrole en certificering. Bijvoorbeeld wanneer ze niet binnen het toepassingsgebied van de certificering vallen. Het Algemeen Reglement van de Certificering is dan ook op deze bedrijven van toepassing.



Meer info over de Certificeringscommissie : klik hier