Symposium ‘Bioplastics in de biologische kringloop?’

Vlaco symposuim over bioplastics in de biologische kringloop

Met bijna 100 aanwezigen, bogen we ons op donderdag 6 juni 2019, in de Engelenburcht in Haacht over 1 thema: “Horen bioplastics thuis in de biologische kringloop, ja dan nee?” Presentaties en pitches waren er van experts van BBP, OWS, OVAM, Vlaco vzw, Vereniging Afvalbedrijven (NL), EcoWerf en Vanheede. In het publiek zetelden medewerkers van composteringen en vergisters, gemeentebesturen, intercommunales, producenten van (bio)verpakkingsmateriaal, onderzoeksinstellingen, universiteiten, sectororganisaties, … . 

 

Bioplastics: het ruimere kader …

Het onderwerp van het Vlaco-symposium “Horen bioplastics thuis in de biologische kringloop?” is een vraag die niet op 1-2-3 te beantwoorden is, én waarbij er door het ruime kader heel wat kanttekeningen te maken zijn. Een eenduidig antwoord bieden na afloop van het symposium, zou een onrealistische doelstelling zijn geweest. Wel hebben we dankzij de presentaties van de gastsprekers en de actieve medewerking van het publiek, alvast enkele eenduidige kernstellingen kunnen destilleren. 

Plastics zijn alom tegenwoordig in onze maatschappij en dat het anders moet, daar is iedereen het over eens. Maar traditionele kunststoffen één op één vervangen door composteerbare kunststoffen, dat is niet de oplossing. De aangewezen strategie is reduce, reuse én recycle.

First things first: wat is wat?

Aangezien de termen bioplastics, degradeerbaarheid en composteerbaarheid vaak in één adem genoemd worden, terwijl er nét heel veel verschillen zijn, is het ook voor dit symposium een belangrijk aandachts- en uitgangspunt.  

Wat zijn bioplastics? Bij bioplastics gaat het zowel over biogebaseerde (natuurlijk of synthetisch) als fossil-based producten. Bioplastics kunnen zowel biodegradeerbaar als niet biodegradeerbaar zijn. Bovendien komen in de praktijk vaak combinaties voor, waardoor een materiaal niet 100 % fossiel of biogebaseerd is.

Wat is biodegradeerbaar? Biodegradeerbaarheid is de omzetting in CO₂. De biodegradeerbaarheid van een materiaal is afhankelijk van het milieu waarin het zich bevindt: in een professionele compostering, in een thuiscomposteersysteem, in de bodem, in zoet water of in zout water. De agressiviteit van het milieu is telkens anders. In de compostering en de bodem zijn schimmels, bacteriën en actinomyceten actief. In water zijn er alleen maar bacteriën. En dat geldt ook voor een vergisting: enkel bacteriën kunnen zorgen voor afbraak. Vooral de schimmelactiviteit blijkt een grote impact te hebben op de afbraak tijdens het composteringsproces en in de bodem. Dit verklaart waarom vele bioplastics in vergisting niet biodegradeerbaar zijn.

Wat is composteerbaar? In de norm voor composteerbaarheid zijn vier componenten opgenomen: biodegradeerbaarheid, desintegratie, chemische samenstelling en fytotoxiciteit. Biodegradeerbaarheid is de omzetting in CO₂. Desintegratie is het fysisch uit elkaar vallen.
Een biodegradeerbaar materiaal is niet persé composteerbaar, maar composteerbare materialen zijn wel biodegradeerbaar.

Componenten in composteerbaarheidsnorm. Bron: OWS
Figuur 1.    Componenten in composteerbaarheidsnorm. Bron: OWS

 

Proces van desintegratie. Bron: OWS
Figuur 2. Proces van desintegratie. Bron: OWS

 

ok compost home
Figuur 3. Verschillende labels voor bioplastics. Bron: presentatie BBP

 

Hoe stemde het publiek op onze stellingen?

De rode draad doorheen het symposium waren de polls die op het publiek werden losgelaten. De bedoeling was om vanuit de eigen kennis en het eerste gevoel te reageren op stellingen over bioplastics met rood (oneens) of groen (eens). Het algemene resultaat van deze stemmingen lees je hieronder: 

  • Composteerbare kunststoffen in het algemeen bevinden zich op de grens van de biologische en technische cyclus. In een circulaire economie, waar grondstoffen en producten zo hoogwaardig mogelijk moeten blijven worden ingezet, heeft materiaalrecyclage voorrang op organische recyclage.
  • De Europese norm voor composteerbaarheid wordt herzien. Vooral de elementen composteerduur en ecotoxiciteit zouden onder de loep moeten worden genomen. Volgens de norm moet de organische koolstof voor 90 % worden omgezet, de overige 10 % is moeilijker te meten, maar is geen bron voor microplastics.
  • Traditionele kunststoffen één op één vervangen door composteerbare kunststoffen: dat is zeker niet altijd duurzaam. Denk aan de prioriteitsvolgorde: reduce, reuse en recycle.
  • Een logo is geen claim: het is niet omdat op een materiaal een composteerbaarheidslogo staat, dat de professionele compostering er dan maar voor moet zorgen dat het verwerkt wordt. Er zijn een aantal randvoorwaarden die mee in overweging moeten worden genomen, vooraleer te kiezen voor een composteerbare bioplastic, nl. is er een meerwaarde om de traditionele kunststof te vervangen door een composteerbare én is er een link met organisch-biologisch afval. Het nut van een composteerbare schoen wordt sterk in twijfel getrokken. Maar er zijn zeker situaties waar een ‘win-win’ kan worden gecreëerd, zowel voor de producent, de inzamelaar, de verwerkingssector als de bioplastic-producent. Denk maar aan een composteerbaar theezakje.
  • De piste om een positieve lijst op te stellen van materialen die zouden kunnen worden toegelaten bij het huishoudelijk gft-afval, dient zeker verder onderzocht te worden. Dit impliceert wel dat materialen die op de lijst komen enkel in de composteerbare vorm te vinden zijn in de winkelrekken. Duidelijkheid, uniformiteit en standaardisatie zijn vereist, want confusion is pollution. Bovendien moet rekening gehouden worden met de huidige en toekomstige verwerkingsinfrastructuur in Vlaanderen. De gft-compostering investeert in de bouw van voorvergistingsinstallaties. In een vergisting worden de composteerbare kunststoffen niet afgebroken, dus dat is mogelijk een belemmering voor deze positieve lijst.
  • Voor het organisch-biologisch bedrijfsafval bestaat er in een B2B-context zeker potentieel om bepaalde verpakkingen te vervangen door composteerbare kunststoffen. Ook hier dient rekening te worden gehouden met de organisatie van de biologische kringloop in Vlaanderen. Organisch-biologisch bedrijfsafval wordt quasi volledig verwerkt in vergistingsinstallaties zonder nacompostering. 

 > Benieuwd naar meer over dit symposium? Je kan het volledige verslag teruglezen in de Vlacovaria-zomereditie van 2019

 

>> Terug naar het jaarverslag 2019