Vlaco-leden dragen hun steen bij aan de groene-energieproductie in Vlaanderen

10% van het totale energieverbruik in Vlaanderen wordt ingevuld met Vlaamse productie van groene energie in 2023: 28 TWh aan groene stroom, warmte en energie voor transport. Meer dan een derde hiervan is groene stroom, een energiebron die gestaag aangroeit. Dit in tegenstelling tot groene warmte en transportbrandstoffen, die in absolute cijfers soms aanzienlijk groeien en dan weer licht achteruitgaan. Het Vlaams Energie- en Klimaatplan  (VEKP) dat in 2023 geactualiseerd werd, neemt als globale doelstelling voor 2030 een energieverbruik van 32 TWh aan groene energie. Idealiter blijft hiervoor binnenlandse groene energie grotendeels volstaan én kan bio-energie hierin een volwaardige rol blijven spelen. De productie van bio-energie – waaronder energie afkomstig van vergisting en de verbranding van biologische afval- of reststromen - stagneert echter reeds een tiental jaar rond 10 TWh. Zo onder meer de groenestroom- en -warmteproductie van grootschalige biogasinstallaties die onder een beleid van steeds verder afgetopte (groenestroom-)certificatensteun ‘stabiliseerde’ op circa 1,6 TWh stroom en warmte.

In 2023 werd de studie ‘Een CO2-gebaseerd ondersteuningsmechanisme voor biomassa(rest)stromen’ – in opdracht van Vlaco en het Bio-energieplatform– gefinaliseerd en het eindrapport ter beschikking gesteld. De studie – die in 2022 opgestart werd - start vanuit het potentieel van onder meer de biogassector tot koolstofneutraliteit en zelfs -negativiteit enerzijds, en het afnemende steunkader anderzijds. De Vlaamse regering bouwt het systeem van groenestroomcertificaten voor nieuwe biogasinstallaties af tegen 2024 en schrapte de steun reeds voor vaste biomassaverbranding met energierecuperatie. Voor sommige types hernieuwbare energie-installaties (zon en wind) bestaat er een investeringssteun, maar voor nieuwe bio-energie-installaties is er nog geen of slechts beperkt zicht op een nieuw ondersteunings- en/of beleidskader. Bio-energie-installaties zijn brandstofgedreven technologieën, waarbij – naast de initiële investeringskost – de exploitatiekost ook een belangrijke factor vormt. De installaties van Vlaco-leden hebben een sterke link met besparing of sequestratie van CO2-equivalenten of bodemkoolstof. De studie verkent een mogelijk toekomstig ondersteunings- en beleidskader voor bio-energie-installaties in een CO2-gebaseerde omgeving.

Biomethaan: veel potentieel

Daar waar de energieopwekking van grootschalige biogasinstallaties stagneert, produceerden kleinschalige, voornamelijk agrarische biogasinstallaties in 2023, voor de eerste maal sinds lang, opnieuw méér energie. Dit lijkt in lijn met de erkenning door de Vlaamse wetgever van de rol van biogas in de agrarische sector om de broeikasgasemissies te verlagen en de sector te decarboniseren. Voor gft-afval wordt voorvergisting met nacompostering als preferentiële verwerkingstechnologie door het beleid naar voren geschoven.

Het Vlaams-Brabantse EcoWerf startte in 2023 met de productie van biogas in een nieuwe vergistingsinstallatie. Zo wordt uit de voorvergisting van gft-afval groene warmte en stroom geproduceerd en wordt vervolgens het ‘digestaat’ samen met groenafval verder verwerkt tot een kwaliteitsvolle compost. Zo produceert EcoWerf jaarlijks 12.000 MWh groene warmte en 11.000 MWh groene elektriciteit – het jaarlijks verbruik van respectievelijk 500 gezinnen en 3.000 gezinnen! Driekwart van de opgewekte stroom wordt opgeladen op het elektriciteitsnet. Alles samen levert dit een CO2-besparing op van 5.000 ton per jaar en draagt EcoWerf zo bij aan de klimaatdoelstelling van Vlaanderen. Minister Demir, wiens kabinetsafgevaardigde present was op de inauguratie 17 maart 2023 van de biogasinstallatie, besloot met: “Vlaanderen speelt een koplopersrol in het recycleren van afval. Ook bioafval zamelen we steeds meer gescheiden in, zodat dit niet in een verbrandingsoven eindigt. Het is belangrijk dat we die ingezamelde stroom dan ook goed en efficiënt verwerken. Vergisting en compostering zijn de uitgelezen technieken om deze afvalstoffen opnieuw nuttig in te zetten. Bovendien levert dit op de koop toe ook nog energie op.”

Het Vlaams Energie- en Klimaatplan (VEKP) zet verder met bio-energie hoofdzakelijk in op (niet-huishoudelijke) warmteproductie. Met als logica dat goedkope groene stroom in hoofdzaak wordt verwacht van zonnepanelen en wind, en dat Vlaanderen inzake groene (moeilijk te elektrificeren) warmtetoepassingen de grootste uitdaging wacht. Vandaag wordt slechts 7% van het totale warmteverbruik verzekerd door Vlaamse groenewarmteproductie.

De Intercommunale Land van Aalst (ILvA) zette de eerste stappen naar een alternatieve verwerking van (vervuild) zeefoverloop afkomstig van de groencompostering: met name de pyrolyse tot biochar. Deze verkoling van zeefoverloop onder hoge temperaturen (300 à 900 °C) en zonder zuurstof leidt tot een netto groene-energieproductie (warmte) enerzijds en een substraat met zeer hoge koolstofstabiliteit anderzijds. De biochar kan gebruikt worden in diverse teeltsubstraten of zelfs boomaanplantingen, als energiebron in de metallurgie, of als bouwmateriaal of filtratietoepassing (actief kool). Het blijft wel uitkijken naar hoe men een min of meer uniforme biochar kan produceren, en vooral naar high-end toepassingen met biochar, gezien de relatief hoge productiekost van biochar. Meer info over biochar lees je in onze factsheet.

Het VEKP verwijst ook naar het ambitieuze REPowerEU-plan om biomethaanproductie op diverse wijzen te stimuleren en geostrategisch onafhankelijker te worden van Russisch aardgas, maar legt geen concrete strategie op tafel. Meer nog, in de visienota ‘Warmteplan 2025’ is opgenomen dat er voorlopig geen steun meer wordt voorzien voor biomethaan. Dit in tegenstelling tot onze buurregio’s, waar wel een belangrijke meerwaarde en potentieel wordt gezien in biomethaan.

Het biomethaanpotentieel op een rijtje:

  • in België wordt vandaag in totaal 2,6 TWh aan biogas geproduceerd voor lokale wkk’s waarvan circa 2 TWh in Vlaanderen
  • in Vlaanderen kan 1,4 TWh worden omgezet in biomethaan;
  • het totale lange termijn binnenlandse potentieel voor biomethaan is ruim 15 TWh (studie Valbiom) terwijl op kortere termijn een meer realistische raming uitgaat van ruim 6 TWh tegen 2030;
  • het goed ontwikkelde aardgasnet in Vlaanderen biedt een groot voordeel voor de injectie van biomethaan;
  • biomethaan kan als bio-energiedrager bijdragen aan de stabiliteit van het elektriciteitsnet;
  • biomethaan kan als zero emissie energiebron (indien voldaan aan de duurzaamheidscriteria) instrumenteel zijn in zowel de ETS1 en ETS2-koolstofmarkten, als in het behalen van alle Europese hernieuwbare energiedoelstellingen (cfr. geactualiseerde REDIII). In het kader van dat laatste, kan biomethaan overigens dubbel geteld worden bij gebruik als geavanceerde biotransportbrandstof, indien het gemaakt is van feedstocks zoals bioafval of mest.
  • In de ‘compliancy’ markten (transport & ETS - waar een garantie van oorsprong én een duurzaamheidscertificaat vereist zijn) – en dan voornamelijk de buitenlandse biobrandstofmarkten – is voor biomethaan de hoogste betalingsbereidheid gelegen op dit moment. Dit wordt mee in de hand gewerkt door de uitfasering van de eerste generatie biobrandstoffen.
  • Een aanzienlijk deel van de toekomstige vraag naar Vlaams biomethaan zou kunnen komen van Nederland, waar gasleveranciers verplicht worden om tegen 2030 biomethaan en andere types ‘groen gas’ bij te mengen met als doelstelling een CO2-emissiereductie te behalen van 20% in de gehele gasdistributieketen.

Ter ondersteuning van dit potentieel voor biomethaan organiseerden Vlaco en partners in 2022 en in 2023 verschillende seminars rond de opportuniteiten en ‘way forward’ in Vlaanderen. We overtuigden ook het ECN om eind 2023 de Europese open brief t.a.v. het Europees Parlement te ondertekenen en zo te pleiten voor een Europese bindende doelstelling voor biomethaan (Gas Regulation Trilogue).

De omschakeling is in 2023-2024 ontegensprekelijk ingezet in het Vlaamse gewest. Afvalintercommunales IOK Afvalbeheer en VERKO werken reeds (deels) biogas uit gft-vergisting op tot biomethaan. Co-vergisters Green Logix (Lommel) en Biogas Bree (Bree) zijn begonnen met de bouw van de opwerkings- en/of injectie-infrastructuur. Bio Blue startte in 2023 met het deels opzuiveren van biogas tot biomethaan en injecteert zo al 1.000m³/u in het aardgasnet. Hiervoor doet Bio Blue beroep op de ISCC-certificatie voor haar inputstromen en processen. In deze ISCC-certificatie wordt op basis van de feedstocks de broeikasgasemissiereductie berekend die bijdraagt aan de specifieke meerwaarde – bovenop de aardgasprijs/MWh – waarmee het biomethaan kan gevaloriseerd worden. Vlaco zette het bedrijf ‘in de kijker’ in de Vlacovaria-editie maart 2024.

Carbon removals

Het ETS2*-kader (CO2-emissiemarkt voor sectoren wegtransport, bouw, verwarming), dat begin 2023 gepubliceerd werd en het verder ontwikkelde kader voor koolstofverwijdering (‘carbon removals’), zal voor biomethaan-, biogas- en alle andere bio-energie-installaties belangrijk zijn om de business cases nog robuuster en minder afhankelijk te maken van investerings- of exploitatiesteun. Zowel de koolstofsequestratie door toepassing van compost en digestaat, als de mogelijke valorisatie van het CO2 dat uit het biogas gecapteerd wordt, kunnen door beide kaders immers een extra monetaire waarde krijgen in de komende jaren. Sectoren die hernieuwbare energie(dragers) opwekken én biogene koolstof omzetten in materialen of bodemorganische stof zijn de enige sectoren die echt broeikasgasemissie-negatief zijn.

Statusrapport ETS

Vlaco maakte eind 2025 een statusrapport op over ETS en de biogassector. Dit rapport analyseert de impact van het Europese emissiehandelssysteem (ETS1 en het toekomstige ETS2) op de biogas- en biomethaanketen. Het verduidelijkt wanneer producenten al dan niet ETS-plichtig zijn en welke rol brandstofleveranciers daarbij spelen. Daarnaast gaat het rapport in op de betekenis van duurzaamheidsbewijzen (PoS) en garanties van oorsprong (GoO) voor zero-rating en marktvalorisatie. Tot slot schetst het de verwachte effecten van ETS op de vraag en inkomsten uit biomethaan, met aandacht voor regelgeving, procedures en toekomstige opportuniteiten.

Je kan het rapport hier raadplegen.

 


* ETS 2 zal van toepassing zijn op de ‘uitslag tot verbruik’ van brandstoffen die worden gebruikt voor de verbranding in de sectoren van gebouwen, wegvervoer en aanvullende sectoren voor activiteiten die onder bijlage III van de ETS-Richtlijn vallen. Met ‘uitslag tot verbruik’ wordt het verhandelen van brandstoffen waar accijnzen op worden geheven, bedoeld. Daaruit volgt dat de verantwoordelijkheid binnen ETS 2 rust op de brandstofleverancier en niet op de eindverbruiker. Zij worden onder het ETS 2 dan ook gezien als gereglementeerde entiteit. 

Onder het toepassingsgebied van ETS 2 vallen emissies van koolstofdioxide uit brandstoffen geleverd aan de volgende sectoren:

  • Commerciële en residentiële gebouwen, alsook warmtekrachtkoppelingen en warmtecentrales die warmte produceren voor commerciële en residentiële gebouwen;
  • Wegvervoer, met uitzondering van het gebruik van landbouwvoertuigen op verharde wegen;
  • Energie-industrieën en be- en verwerkende industrie en bouw.
Bijlagen