De sluwe slak sleept zich sloom over de slappe sla…

Door het natte weer tijdens het voorjaar en vroege zomer rukten de slakken massaal op in de tuinen. Heb jij ook in de meimaand met lede ogen toegekeken hoe jouw sappige slaplantjes veranderden in een slijmerige gatenkaas? Gelukkig waren zomer en najaar een pak droger waardoor het sla-slagveld zich kon herstellen.

Opzet

In het voorjaar en de zomer van 2016 voerden we in het bezoekerscentrum van het Comité Jean Pain vzw, een test uit met verschillende mulchmaterialen om het effect op slakkenvraat te ondervinden. Op een vrijliggend perceel dat al vele decennia als moestuin gebruikt werd en waar de bodem ieder jaar met houtgewascompost werd verbeterd, daar vond de proef plaats.

Onderzoek   Onderzoek

De groentesoort die we voor de test gebruiken, was sla. Meer bepaald het slaras Wonder der Vier Jaargetijden, een malse, groen-rode, zacht smakende kropsla die vooral voor het voorjaar en de zomer geschikt is. En ook zeer geschikt is als mogelijk hapje voor de slakken. Indien dit slaras niet beschikbaar bleek, werd een ras gekozen dat er qua bladtextuur en kleur heel erg bij aanleunde, nl. Maiko (VT Zadengids) of de zgn. Vierseizoenensla (AVEVE).

Er werd doorheen het groeiseizoen tot vijf keer herplant per plantplek. Iedere keer dat er geoogst werd, liet men de bodem een weekje uitrusten, en werd er vervolgens opnieuw sla aangeplant. We werkten bewust vooral met jonge plantjes, en in mindere mate met zaaigoed. Bij inzaaien is de kans op schade immers iets groter en kunnen we niet zoveel oogsten realiseren. Als de jonge plant al een 4-tal echte bladeren heeft bij aanplant is de kans op aanslaan en groei een pak groter. Er werd een eerste keer geplant op 6 maart en een laatste keer op 7 september. De laatste oogst vond begin november plaats. De groei en de oogst van iedere afzonderlijke plant was bepalend voor het ogenblik van heraanplant.

De mulchsoorten die standaard werden gebruikt waren compost, gazonmaaisel, houtsnippers, herfstblad en stro.  De compost betrof houtgewascompost, het grasmaaisel was vers gazongras van twee tot vijf cm lang, de houtsnippers omvatten een mengsel van vooral zachthout en fruitboomhout, de herfstbladeren waren afkomstig van vooral fruitbomen, en het stro was kort-gekapt tarwestro. Enigszins los van deze tests die dus over verschillende oogsten doorliepen, deden we ook nog enkele testjes met mulch van verkruimelde eischaal, gemalen oesterschelpen, dennennaalden en wit zand. Deze extra testjes vonden plaats in de periode mei en juni.

Onderzoek

Om vraat van andere organismen (dan slakken) te beperken of te vermijden werden waar nodig vogelnetten gebruikt en omgekeerde, opengesneden, plastic vijfliterflessen (die over de plant werden geschoven, maar slechts op enkele plaatsen de grond raakten). Op die manier werd de toegang voor slakken niet fundamenteel gehinderd, en konden de konijnen en vogels alvast niet bij de plantjes.

De sterkte van de vraat werd vastgesteld bij oogst van de sla. Een lichte vraat betekent dat meer dan 0% maar minder dan 5% van de plant duidelijke vraatvlekken (schraap) of vraatgaten bevat. Bij matige vraat hebben we het over 5 tot 15%. Meer dan 15% omschrijven we als zware vraat. Dit laatste bleek echter nooit voor te komen bij een oogstbare plant.

De ligging van de plantplekken was min of meer zoals op de hierbij gevoegde figuur aangegeven.

Onderzoek

Resultaat

Wat kunnen we besluiten:

  • Op de referentiepercelen (zonder mulch) werd één maal een slaplant lichtjes door slakken aangevreten;
  • Op de percelen met compostmulch trad nooit slakkenvraat op;
  • Waar grasmulch werd toegepast zagen we doorheen de hele proefperiode heel lichte slakkenvraat, telkens bij één of twee planten;
  • Waar houtsnippers werden toegepast zagen we in de hele proefperiode vraat. De vraat was licht tot matig, maar de meeste slaplanten hadden er hier mee te maken. De vraat was groter in het voorjaar dan in zomer en najaar, maar ook in zomer en najaar waren er bij oogst duidelijke sporen van slakkenvraat te vinden;
  • Bladmulch leverde slaplanten op zonder slakkenvraat;
  • Bij oogst op het stromulch-perceel hadden we in het voorjaar enkele lichte slakkenvraat-plekken op één of twee planten. In het najaar trad hier geen vraat op;
  • De testjes met zand, eischaal, dennennaalden en oesterschelp leverden planten die niet of nauwelijks door slakken waren aangetast.

Conclusie

Rekening houdend met het feitOnderzoek

  • dat er doorheen een heel groeiseizoen op verschillende momenten kon worden geoogst,
  • dat verschillende standaard-mulchsoorten op een locatie met dezelfde milieukarakteristieken konden worden toegepast,
  • dat er met één plantentype (sla, type wonder der vier jaargetijden) kon worden gewerkt,
  • dat er met een referentie- of controleperceel werd gewerkt,
  • dat er in het vorige groeiseizoen ook al indicaties waren (in de richting zoals hieronder vermeld),

menen we te kunnen stellen dat:

  • stro, herfstblad en compost nauwelijks slakkenvraat veroorzaken wanneer ze als mulch worden toegepast in de moestuin.
  • gazonmaaisel slakkenvraat veroorzaakt in de moestuin, maar dan eerder sporadisch.
  • houtsnippers en slakkenvraat hand in hand blijken te gaan in de moestuin.