Vervangingswaarden van compost en digestaat

Er is een verschil tussen de reële marktwaarde (wat betaalt een gebruiker?) en de intrinsieke waarde van compost en digestaat. De reële marktwaarde wordt bepaald door vele factoren, waaronder de afgenomen hoeveelheid, de afstand (transportkost), de gebruikstoepassing (machines nodig?), de samenstelling en eigenschappen, …  We kunnen echter wel de vervangingswaarde bepalen van compost en digestaat, op basis van  de werkzame nutriëntinhoud en de koolstofinhoud - of nog, van de bemestende en bodemverbeterende kwaliteiten van deze eindproducten. De intrinsieke waarde of vervangingswaarde (uitgedrukt in euro per ton) geven een waarde aan de producten gebaseerd op gekende en minder duurzame alternatieven (zoals kunstmest en stro als bron van organische stof voor de bodem). Het biedt de mogelijkheid om producten onderling te vergelijken enkel en alleen op basis van hun specifieke eigenschappen.

Deze vervangingswaarde wordt vermeld op elk individueel Vlaco-analyserapport. De berekeningswijze laat ons echter ook toe om dit voor een gemiddeld eindproduct te berekenen. De berekening van de vervangingswaarde wordt toegelicht in onderstaand protocol en wordt jaarlijks geüpdatet op basis van onder andere de actuele prijzen van minerale meststoffen. De vervangingswaarde geldt enkel voor toepassing op de bodem. Compost bijvoorbeeld kan ook gebruikt worden bij de productie van teeltsubstraten (als veenvervanger) maar deze (meer)waarde is niet meegenomen in de berekeningen. 

Vervangingswaarde van typische compost- en digestaatproducten van Vlaco-leden

In onderstaande tabel worden de vervangingswaarden weergegeven van de belangrijkste eindproducten van biologische verwerking, meer bepaald op basis van een range (25% - 75% percentiel) van agronomische parameterwaarden per type eindproduct. Bij wijze van vergelijking werd dezelfde berekening ook gemaakt voor enkele mestproducten. In de eerste twee kolommen worden de vervangingswaarden voor organische stof en nutriënten apart berekend. In de gele kolom worden ze opgeteld: dit geeft de intrinsieke waarde van elk product weer als prijsvork (€/ton). De laatste twee kolommen geven het percentage bijdrage van nutriënten enerzijds, en organische stof anderzijds, in de totale waarde van elk product. 

(Klik op de tabel om hem te vergroten)

Tabel vervangingswaarden

Groencompost heeft een lagere intrinsieke waarde dan gft-compost, omdat hier minder nutriënten in aanwezig zijn dan in gft-compost. Compost is bij uitstek een geschikt product om de organische stof van de bodem te verhogen, en dan vooral groencompost. Naarmate er minder nutriënten in compost aanwezig zijn, kan je er meer van gebruiken en zal de verhoging van het bodemorganische stofgehalte groter zijn.

Ruw digestaat en vooral dunne fractie na scheiding bevatten een groot gehalte water, waardoor de bijdrage per ton verse stof op het vlak van nutriënten laag is (wat zorgt voor een lage nutriëntvervangingswaarde), maar vooral de aanbreng van organische stof via vloeibare digestaatproducten is zeer beperkt. Dit vertaalt zich in een relatief lage vervangingswaarde voor organische stof. Scheiding van ruw digestaat zorgt ervoor dat fosfor voornamelijk in de dikke fractie terecht komt, samen met de organische stof. Dikke fractie heeft ook een hoger droge stofgehalte, waardoor de vervangingswaarde voor de dikke fractie sterk toeneemt. Deze intrinsieke waarde verschilt echter zeer sterk van de reële marktwaarde: in Vlaanderen is het omwille van de strikte fosforbemestingsnormen zeer moeilijk om het organische stofgehalte in de bodem significant te verhogen met dikke fractie omdat de wettelijk toegelaten bemesting laag is. Dit effect speelt nog meer met gedroogd digestaat, waardoor dit een organische meststof is die voornamelijk buiten Vlaanderen wordt geëxporteerd. Jammer genoeg voeren we naast de fosfor hiermee ook de organische stof uit.

Omdat door scheiding de fosfor uit de dunne fractie is gehaald, kan een landbouwer er meer van toepassen, zelfs in die mate dat de volledige gewasbehoefte aan stikstof met dunne fractie kan worden ingevuld. We stellen vast dat vergisters steeds vaker digestaat scheiden in een dikke en een dunne fractie. Scheiding maakt van dunne fractie digestaat een geschikte organische meststof (aanbreng stikstof en kalium), en een potentieel zeer interessante kunstmestvervanger. Bij bemesting met dunne fractie digestaat moet er bijkomend in de teeltrotatie voldoende aandacht worden besteed aan andere maatregelen om het organische stofgehalte op peil te houden (bijvoorbeeld in combinatie met compost).

Ammoniumsulfaat wordt bekomen via chemische luchtwassers of via stripping/scrubbing van digestaat. Het bevat naast stikstof ook zwavel, wat ook kan beschouwd worden als een macronutriënt. Zwavel werd in deze berekeningen nier meegenomen. De intrinsieke waarde van ammoniumsulfaat kan dus nog verhoogd worden. Voor ammoniumsulfaat kan je geen waarde voor de organische stof toekennen.

Bijlagen