Groene energie versus vergisting en compostering

De leden van Vlaco zetten niet alleen organisch-biologische afvalstromen om in organische bodemverbeteraars en meststoffen.  Biogasinstallaties en, in mindere mate, composteringsinstallaties hebben tevens een rol in de opwekking van hernieuwbare energie (HE). Biogas of biomethaan afkomstig van het vergistingsproces wordt doorgaans in een warmtekrachtkoppeling (gasmotor) omgezet tot groene stroom en groene warmte voor eigen gebruik of toediening aan een elektriciteits- of warmtenet. En biomassa afkomstig van de composteersites (% van de zeefoverloop of fracties overtollig houtig groenafval) kan naar biomassacentrales gaan om energetisch gevaloriseerd te worden (zie verder: SYNECO).

Europese wetgeving tot Vlaamse wetgeving

De Hernieuwbare Energie (HE) Richtlijnen of ‘Renewable Energy Directives’ (2009/28/EG en EU/2018/2001) vormen de basis voor de bevordering van het gebruik van hernieuwbare energie en de aanzet voor de nationale HE-doelstellingen en actieprogramma’s. Zo ambieerde de tegen 2020 te behalen Europese 20-20-20 doelstelling in feite een bindende 20% HE op het bruto energieverbruik, een bindende 20% minder broeikasgas-uitstoot in de niet-ETS sector (t.o.v. 1990), en een niet-bindende doelstelling van 20% minder energie  (hogere energie-efficiëntie).

Voor België vertaalde dit zich in een objectief van 13% HE in het bruto finaal energieverbruik – onderverdeeld als 21% groene stroom, 12% groene warmte en 10% groene transportbrandstoffen tegen 2020. De Belgische doelstelling van 13% HE betekent voor Vlaanderen verder een verplichting van 10,5% groene energie op totaalverbruik met een sub-doelstelling voor groene stroom van 19%. 

Eind 2018 lag het totaal aandeel van de HE in het bruto finaal energieverbruik in Vlaanderen op slechts 6,9% met o.a. een aandeel van 14,2% groene stroom in het totale elektriciteitsverbruik.

Aandelen groene energie in bruto finaal energieverbruik
 

De rol van de VREG, de plichten van de distributienetbeheerders, de energieprestatie-regelgeving en de ondersteuning inzake groene stroom en warmte werd in Vlaanderen verder vormgegeven in het Energiedecreet (8/5/2009) en het Energiebesluit (19/11/2010). In deze teksten vindt men onder meer het kader en de regels van de exploitatiesteun via groene stroom certificaten (GSC)  & warmtekracht certificaten (WKC) waarbij per technologie-categorie een onrendabele top (OT) wordt berekend, basis voor de banding factor (BF). Deze laatste wordt als factor toegepast bij de toekenning van de certificaten per MWh groene stroom of primaire energie-besparing. Een correctie op de BF, namelijk de aftopping op 1,25 (Decreet) en 1 (Besluit), alsook de beperking in tijd van de toekenning van de certificaten - 10 jaar, tenzij langere decretale minimumsteun - zijn enkele van de vele, ingrijpende wijzigingen die sinds eind 2012 werden doorgevoerd in Energiedecreet en -besluit.

De praktische bevoegdheden inzake groene energie zijn verdeeld tussen de Vlaamse regulator (VREG) en het Vlaams Energieagentschap (VEA). Zo zal bij voorbeeld VEA de aanvraagbehandeling en de berekening van de certificaten voor zich nemen terwijl de VREG nog steeds instaat voor de toekenning, de monitoring van de handel en de inlevering van de certificaten. De websites van VREG en VEA bieden dan ook goede handvatten inzake de taken van de verschillende (markt)spelers, regelgevingen en de trends inzake (groene) energie in Vlaanderen.

Inzake de verlengingsmogelijkheden van de steunperiode van certificaat-toekenning voor installaties met startdatum vóór 2013 stelde VEA een online cursus ter beschikking.

Opvolging beleid

Vlaco volgt de ontwikkelingen van het hernieuwbare energiebeleid op en tracht deze ook mee te sturen. Zowel aangaande houtige stromen vanuit de composteringssector als inzake de ondersteuning van groene energie afkomstig van onze leden (voor)vergisters. Onder meer via stakeholderreacties op beleidsvoorstellen en actieplannen van de Vlaamse overheid en op aanpassingen aan de ondersteuning van groene energie: groenestroomcertificaten (GSC) per MWh netto groene stroom, warmtekrachtcertificaten (WKC) per MWh primaire energiebesparing, en/of investeringssubsidies (‘calls’) . Ook de insteek in de actieplannen rond voedsel- en biomassareststromen en het blijvend onder de aandacht brengen van het energetische belang van biogasinstallaties zijn belangrijke aspecten van Vlaco’s opvolging van het energiebeleid.

Houtige biomassa van composteringen

Met het SYNECO-project (IWT-VIS 110810) rondde Vlaco in 2014 een onderzoeks- en transformatietraject af inzake verhoogde synergie tussen de compostering en energiewinning. Meer bepaald door te kijken naar de eventuele voorvergisting van fijne fracties groenafval of de opties van verbranding van bepaalde houtige fracties groenafval afkomstig van de (groen)composteersites zonder de compostkwaliteit te benadelen. Een in SYNECO berekend scenario van 15% groenafval als biomassa (verbranding) en gft-voorvergisting bij alle gft-composteerders zou een totale productie  betekenen van ruim 110 GWh groene stroom en 200 GWh groene warmte náást 300.000 ton groen- en gft-compost. Rekening houdend met zelfafname-percentages van elektriciteit en warmte bij biomassa-installaties en biogasinstallaties kan dit neerkomen op het equivalent elektrisch verbruik van 27.000 gezinnen en het equivalent thermisch verbruik van 7.000 gezinnen.

De bevindingen en voorwaarden uit SYNECO zijn navenant doorvertaald in het actieplan Biomassa(rest)stromen . In ditzelfde actieplan staat als één van de streefdoelen om de gft-composteringen gefaseerd uit te breiden met een droge voorvergisting. Ook tot biomethaan opgezuiverd biogas wordt in het actieplan Biomassa(rest)stromen overigens aangewezen als een uit te bouwen route.

De feitelijke energetische valorisatie van zeefoverloop of overtollige biomassa uit composteringen verloopt sinds 2015 evenwel moeizaam door algemeen lagere afzetprijzen voor biomassa ten gevolge van internationale biomassa-overschotten (B-hout) in West-Europa en door een verminderde steun voor biomassa-installaties.

Cijfers biogas in Vlaanderen

Evolutie groenestroomproductie per hernieuwbare energiebron (2005-2018; GWh)

f
Bron: inventaris hernieuwbare energiebronnen Vlaanderen (VITO)

Eind 2018 werd in Vlaanderen 8.525 GWh groene stroom geproduceerd waarvan 3.374 GWh uit biomassa waarvan circa 730 GWh uit biogas (VEA, 2020). Ongeveer 9% van de Vlaamse groene stroom is m.a.w. afkomstig van diverse biogasinstallaties.

Biogasinstallaties zijn belangrijke baseload bio-energieproducenten (ongeacht weersomstandigheden) en die tevens kunnen terugregelen zodat flexibel energie op het net kan gezet worden afhankelijk van stroomprijs-fluctuaties. Dit wordt in de toekomst steeds belangrijker om groenestroom- en warmtekrachtcertificaten alsook betere marktprijzen voor grijze stroom te kunnen krijgen. In onderstaande tabel zien we per type biogasinstallatie het aantal uitgereikte, aanvaardbare groenestroomcertificaten sinds 2015 – ‘aanvaardbaar’ slaat op netto groenestroom productie en houdt rekening met de banding factoren, de duurtijd van certificaattoekenning,  duurzaamheidscriteria, etc.

De belangrijkste types vergisters in termen van productie zijn vandaag nog steeds de agrarische en overige (industriële) vergisters. De netto groenestroomproductie uit biogas waarvoor certificaten worden toegekend, neemt weliswaar af van 728 GWh in 2015 tot 614 GWh in 2018 en dat is geen goed nieuws.

Aantal uitgereikte aanvaardbare groenestroomcertificaten per type biogasinstallatie

ll
Bron: aantallen uitgereikte GSC's (VREG)

Voor geactualiseerde overzichten van de groene energie-cijfers voor Vlaanderen kan de website van het Vlaamse Energieagentschap nuttige informatie leveren.

Toekomstig groene energiebeleid Vlaanderen (2020-2030)

Eind 2018 zat Vlaanderen inzake groene stroom uit biogas, na jaarlijkse productiedalingen sinds 2016, onder de Vlaamse subdoelstelling van 803 GWh voor biogas. Daar men toenemende negatieve afwijkingen voorzag werd de doelstelling voor biogas – conform het VEKP – neerwaarts aangepast tot slechts 797 GWh voor 2020. Ongeacht ook verdere beperkingen van de certificaatsteun vanaf 2021 (infra) verwacht het VEA een toename van groene stroom-productie uit de biogassector tot 812 GWh in 2020 en 1.044 GWh in 2030.

Door de Europese Richtlijn Hernieuwbare Energie van 2018 (EU/2018/2001) moet het aandeel hernieuwbare energie opgetrokken worden tot 32% in de EU tegen 2030. De Belgische indicatieve bijdrage bedraagt 25%. De komende decennia zullen België en Vlaanderen dus een aanzienlijke hoger aandeel HE moeten (produceren en) verbruiken. In navolging hiervan worden in het eind 2019 gepubliceerde Vlaamse Energie- en klimaatplan (VEKP) volgende doelen (2030) centraal gesteld:   

Kerndoelstellingen VEKP (2019-2025)

kk
Bron: VEKP, Departement Omgeving

Van de 28.512 GWh in 2030 zou volgens het VEKP 12.781 GWh groene stroom moeten zijn. Voor biogas is er een beperkte stijging aangenomen in de Vlaamse Energie- en klimaatplan – tot 1.044 GWh – en dit door een stijging van ‘10 bijkomende installaties voor de vergisting van GFT en bijkomende pocketvergisters in de landbouwsector’.

Het Regeerakkoord (2019-2024) en de diverse verstrengingen van de certificaatregeling wijzen evenwel op een veralgemeende afbouw van de exploitatiesteun voor in hoofdzaak groene stroom. Zoals ook VEA voorspelt inzake uitreiking groenestroomcertificaten t/m 2030 (onderstaande grafiek uit Rapport 2020/2, Deel 3) zullen voornamelijk PV, wind, en biomassa maar ook biogas inboeten aan certificaatsteun. De biogassector zal minder op certificaatsteun per MWh kunnen bogen en relatief meer steun dienen te halen uit warmtekrachtcertificaten en/of de investeringssteun van de call ‘groene warmte, restwarmte, warmtenetten en biomethaan’ .

Inschatting van het aantal uitgereikte GSC's tot 2030 per technologie

uitgereikte GSC's per technologie prognose tot 2030
Bron: Evaluatie quotumpad en productiedoel-stellingen (VEA, Rapport 2020/2 deel 3)

Een aanpassing van het Energiebesluit mid 2020 illustreert bovenstaande besluitvorming en tendenzen: zo wordt besloten om voor nieuwe installaties (°2021) geen steun meer te verlenen bij negatieve stroomprijzen, de maximale bandingfactoren stelselmatig uit te faseren, diverse categorieën biomassa-installaties te schrappen van de certificaatsteun-regeling, en de ‘rate of return’ in de steunhoogte-berekening neerwaarts te herzien. Ook werd de investeringssteun voor biomethaan voorwaardelijker gemaakt van de ministeriële bevoegdheid.

Het zal in de toekomst dan ook nog belangrijker worden om zowel van de processen als van de (energetische en materiële) eindproducten van de vergistings- en composteringssector een betere intrinsieke waarde te schetsen. Zo brengen we onder meer de gerealiseerde CO2-reducties in kaart van de organisch-biologische bewerkingsprocessen en van het gebruik van digestaat en compost. Meer consensus rond en visibiliteit van de vermeden voetafdruk is dan ook één van de ambities waaraan Vlaco invulling blijft geven.

Links